Polio/Postpolio

Polio is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door het poliovirus. Het poliovirus valt met name het centrale zenuwstelsel aan (hersenen en/of ruggenmerg). In 0,1% van de gevallen is er ook sprake van verlammingsverschijnselen.


Oorzaken

De infectie ontstaat na het eten van besmette voedingsmiddelen. Het virus dringt via de mond en keelholte het lichaam binnen. Vervolgens verspreidt het zich naar de ingewanden, waar het zich vermenigvuldigt en uiteindelijk via de ontlasting het lichaam verlaat.

De incubatietijd (tijd vanaf de besmetting tot het moment waarop de ziekte zich openbaart) is ongeveer 6 tot 10 dagen. Breidt de infectie zich daarna niet verder uit, dan spreken we over asymptomatische of abortieve polio. Dit is het geval bij 4 tot 8% van alle besmette personen.

Symptomen

In de beginstadia van de ziekte kunnen er vage klachten zijn die we ook wel zien bij andere virusinfecties: misselijkheid, hoofdpijn, koorts en mogelijk diarree. In ongeveer 1% van alle poliogevallen dringt het virus via de ingewanden het lichaam in om vervolgens via de bloedsomloop in het ruggenmerg en de hersenen terecht te komen. Dit veroorzaakt een vorm van polio die geen verlamming veroorzaakt en zich manifesteert als pijn in het hoofd, de nek en de rug. In slechts 0,1% van alle besmettingsgevallen valt het virus de zenuwcellen in het ruggenmerg en/of de hersenen direct aan. Bij deze vorm is er sprake van verlamming.

De symptomen van polio, langetermijngevolgen/postpoliosyndroom zijn:

  • Gevoel van zwakte en weinig uithoudingsvermogen
  • Extreme vermoeidheid
  • Ademhalingsmoeilijkheden en problemen met slikken
  • Geen kou kunnen verdragen
  • Pijn in de spieren en/of gewrichten
  • Toegenomen spierzwakte/spierpijn
  • Afbraak van spierweefsel
  • Toenemende gewrichtsinstabiliteit/misvormingen aan gewrichten
  • Krampen
  • Spiertrekkingen (fasciculatie)
  • Veranderingen in het looppatroon en/of vaker vallen

Behandeling

Omdat er voor deze ziekte geen antivirustherapie is, blijft de behandeling beperkt tot symptoombestrijding. De patiënt krijgt bedrust met zorgvuldige verpleging, correcte positionering en fysiotherapie voorgeschreven. Naast doelgerichte fysiotherapie kunnen er tijdens de vervolgbehandeling orthopedische hulpmiddelen zoals orthesen worden aangemeten. Hiermee kan na de acute ziektefase de mobiliteit worden verbeterd.


Of een product geschikt is voor uw klachten, is afhankelijk van een groot aantal factoren. Vraag raad bij uw arts, therapeut of orthopedist bij de keuze van het juiste hulpmiddel voor u.


Bijbehorende producten